“Wel verdorie, er is weer eens geen spreekkamer”. Eén van mijn collega’s spuwt zijn gal bij mij die morgen. Het was niet de eerste keer die maand dat over het gebrek aan spreekkamers werd geklaagd en het liep inderdaad de spuigaten uit. Vrijwel dagelijks kwamen er adviseurs mijn kamer in om hierover te klagen. “Tsja, dat krijg je al je het goed doet in de markt. Dan stromen de klanten binnen”, werd mij eerder door mijn leidinggevende verteld. “Als er weer eens geen spreekkamer beschikbaar is, schop je mij maar uit mijn kamer”, reageerde ik op de klaagzang van de adviseur.
Nu zit ik alweer drie jaar lang achter een bureau midden op de afdeling waaraan ik leiding geef. Helemaal achterin, in een hoekje, staat mijn bureau. Door het grote beeldscherm op het bureau moet je altijd even goed kijken of ik er nou wel of niet zit. Maar als ik er zit, hoor ik alles, zie ik alles, proef ik de sfeer die op mijn afdeling heerst en weet ik exact waar men mee bezig is.
Als je midden op de afdeling zit, is de kunst om je er niet (altijd) mee te bemoeien. Ik ben iemand die zelfstandigheid predikt, die wil dat medewerkers zelf nadenken en verantwoording nemen voor hen handelen. Van nature ben ik een dergelijk persoon echter niet. Ik wil graag zelf de touwtjes in handen hebben. Het alom bekende gezegde mijn wil is wet, is mij niet vreemd. Met de omscha
keling heb ik dan ook wel moeite gehad.
“Het spijt me, maar als je het zo aanlevert doe ik helemaal niets voor je”, hoor ik één van de ondersteunende medewerkers tegen de adviseur die aan haar bureau staat zeggen. “Tjonge jonge, wat doe je moeilijk. Het staat op het briefje geschreven, dan hoeft het toch ook niet nog een keer in het systeem gezet te worden”, reageert de adviseur. Het mijn wil is wet brandt op mijn lippen, maar ik hou me stil. Ik duik weg achter het beeldscherm en bemoei me er niet mee. Het is mijn idee geweest om de werkvoorraad via het CRM-systeem te integreren in het dagelijkse werk en vanuit dit systeem de werkvoorraad te monitoren. Een voorwaarde is dat de input ook vanuit het CRM-systeem moet komen. “Daar zul je dus rekening mee moeten houden”, had ik de ondersteuner een aantal weken daarvoor nog geantwoord op haar angst voor het tegenstribbelen van de adviseurs.
Nu wordt haar angst bewaarheid; de eerste adviseur staat aan haar bureau en zet zijn hakken in het zand. Hij werkt al jaren op zijn eigen manier en blijft dat ook gewoon doen. “Als ze toegeeft, kan ik weer opnieuw beginnen”, denk ik bij mezelf. Maar ze houdt voet bij stuk, het hele kwartier lang. Een kwartier lang kibbelen over het verschil in werken. “Hoe houden ze het vol”, denk ik bij mezelf. Maar de adviseur druipt af en levert het werk aan via het systeem, zoals de ondersteunende medewerker had gevraagd.
“Goed gedaan”, mail ik haar na nog eens een kwartier wachten. Ik moest iets doen, moest er even op reageren. Misschien niet goed, misschien wel. Ik ben in ieder geval trots op de overwinning van mijn collega. En trots op mezelf dat ik niets heb gezegd, haar niet heb geholpen. Door haar optreden heeft het team wederom een stap gezet op de weg naar zelfstandigheid. En door mijn niet-optreden is het effect binnen de afdeling nu vele malen groter.
weer een top-blog!
wanneer wordt het ingebonden?!
Door:Marko de Jong op23 maart 2010
op14:40
Hoe reageerde de collega naar wie je dat “Goed gedaan” heen had gestuurd?
Door:Stommerik op25 maart 2010
op19:30
Je hebt een aangename schrijfstijl om te lezen. Leuk om je standpunt op de situatie te horen en ik vind het knap hoe je met de situatie bent omgegaan, er zijn genoeg managers die teveel baasspelen en te weinig vertrouwen leggen in medewerkers.
Door:justm3 op6 juni 2010
op10:59